Definities klimaatklassen

Bij temperaturen onder de ondergrens van de klimaatklasse zullen koelkasten met en zonder vriesvak en dubbeldeurs koelkasten niet meer goed kunnen functioneren. Statische huishoud vrieskasten daarentegen zullen technisch nog wel goed functioneren. Wanneer de omgevingstemperatuur echter onder het vriespunt komt, kan LIEBHERR de goede werking van elektronische onderdelen niet meer garanderen. Tevens kan op bepaalde plaatsen, onder andere op de elektronica condensvorming optreden.

Bij de professionele diepvrieskasten (uitgezonderd statische diepvrieskasten) is vanwege het ontdooisysteem een omgevingstemperatuur van minimaal +10°C verreist.

Een vriezer of een koelkast extra in uw kelder of schuur is natuurlijk handig voor extra opslag. Maar is dit wel altijd mogelijk? En hoe werkt dat? Want de omgevingstemperaturen kunnen slecht zijn voor uw vriezer of koelkast.

De klimaatklasse van een koel- of vrieskast geeft aan voor welke omgevingstemperaturen het apparaat geproduceerd is. Er zijn verschillende klimaatklassen, die afzonderlijk of in combinatie bij de diverse uitvoeringen vermeld kunnen staan.

Klimaatklasse 4 = +30ºC en een relatieve luchtvochtigheid van 55%
Klimaatklasse 5 = +40ºC en een relatieve luchtvochtigheid van 40%
Klimaatklasse 7 = +35ºC en een relatieve luchtvochtigheid van 75%

SN = omgevingstemperatuur van +10°C tot +32°C
N = omgevingstemperatuur van +16°C tot +32°C
ST = omgevingstemperatuur van +16°C tot +38°C
T = omgevingstemperatuur van +16°C tot +43°C

De combinatie SN-T betekent dan dat het apparaat geschikt is voor omgevingstemperaturen van +10°C tot +43°C.